INDEX() functie

Excel INDEX functie

Samenvatting INDEX functie

De INDEX functie geeft als resultaat een waarde of de verwijzing naar een waarde vanuit een tabel of bereik. Je kunt de functie gebruiken om een enkele waarde op te halen of een hele rij of kolom. De INDEX functie wordt vaak gebruikt in combinatie met de VERGELIJKEN functie. Daar waar de VERGELIJKEN functie een positie genereert voor de positie waarde van de INDEX.

Vertaling

Nederlands: INDEX()
Engels: INDEX()
Duits: INDEX()

Resultaat waarde

Gebruikt een index om een waarde uit een verwijzing of matrix te kiezen

Doel

Het verkrijgen van een waarde uit een tabel of bereik gebaseerd op de locatie.

Syntaxis

= INDEX ( verw; rij_getal; [kolom_getal]; [bereik_getal] )

Argumenten

Verw – Een bereik of een tabel.
Rij_getal – Referentie van de rij in een bereik of tabel.
Kolom_getal– [optineel] Kolomnummer in bereik of tabel.
Bereik_getal– [optineel] het bereik in de referentie die gebruikt moet worden.

Gebruik van INDEX functie

Je gebruikt de INDEX functie als je een waarde wilt ophalen uit een tabel of bereik gebaseerd vanaf een bepaalde positie. Bijvoorbeeld, de formule =INDEX ( A1:B5 ; 2 ; 2 ) geeft als resultaat de waarde uit cel B2.

Deze functie heeft twee vormen: verwijzing of matrix.

Verwijzingsvariant

Geeft als resultaat de verwijzing naar de cel op het snijpunt van een bepaalde rij en kolom. Als de verwijzing bestaat uit niet-aangrenzende selecties, kunt u kiezen in welke selectie u wilt kijken. De opbouw van de formule is:

= INDEX ( verw; rij_getal; [kolom_getal]; [bereik_getal] ) 
  • verw – Een verwijzing naar een of meer cellenbereiken.
    • Als u voor verw een niet-aangrenzend bereik opgeeft, moet u verw tussen ronde haken zetten.
    • Als elk gebied in verw maar één rij of kolom bevat, hoeft u het argument rij_getal, respectievelijk kolom_getal niet op te geven. Zo gebruikt u voor een verwijzing naar een enkele rij de formule INDEX(verw;kolom_getal).
  • rij_getal – Het nummer van de rij in verw waaruit een waarde moet worden opgehaald.
  • kolom_getal – [Optioneel] Het nummer van de kolom in verw waaruit een waarde moet worden opgehaald.
  • bereik_getal – [Optioneel] Selecteert een bereik in verw waaruit het snijpunt van rij_getal en kolom_getal moet worden opgehaald. Het eerste gebied dat wordt geselecteerd of ingevoerd, krijgt het getal 1, het tweede 2, enzovoort. Als je het bereik_getal weglaat, gebruikt INDEX gebied 1.  De hier vermelde gebieden moeten zich op één werkblad bevinden. Als je gebieden opgeeft die zich niet op hetzelfde werkblad bevinden, resulteert dit in een #WAARDE!-fout.  Als je bereiken wilt gebruiken die zich op verschillende werkbladen bevinden, is het raadzaam de matrixvariant van de functie INDEX te gebruiken en een andere functie te gebruiken om het bereik te berekenen waaruit de matrix bestaat. Je kunt bijvoorbeeld de KIEZEN functie gebruiken om te berekenen welk bereik wordt gebruikt.

Als verw bijvoorbeeld de cellen (A1:B4;D1:E4;G1:H4) omvat, is bereik_getal 1 het bereik A1:B4, bereik_getal 2 het bereik D1:E4 en bereik_getal 3 het bereik G1:H4.

Gebruik verwijzingsvariant

  • Nadat met verw en bereik_getal een bepaald bereik is geselecteerd, selecteren rij_getal en kolom_getal een bepaalde cel: rij_getal 1 is de eerste rij in het bereik, kolom_getal 1 is de eerste kolom, enz. De verwijzing die door INDEX wordt gegeven is het snijpunt van rij_getal en kolom_getal.
  • Als je voor rij_getal of kolom_getal 0 (nul) opgeeft, geeft INDEX als resultaat de verwijzing voor respectievelijk de gehele kolom of rij.
  • Rij_getal, kolom_getal en bereik_getal moeten verwijzen naar een cel binnen verw, anders geeft INDEX de foutwaarde #VERW! als resultaat. Als u rij_getal en kolom_getal weglaat, resulteert INDEX in het gebied in verw dat door bereik_getal is bepaald.
  • Het resultaat van de functie INDEX is een verwijzing en wordt als zodanig door andere formules geïnterpreteerd. Afhankelijk van de formule wordt de resulterende waarde van INDEX gebruikt als een verwijzing of als een waarde.
    Zo is de formule
    CEL(“breedte”;INDEX(A1:B2;1;2))
    gelijk aan
    CEL(“breedte”;B1)
    Het resultaat van de functie wordt door de functie CEL als celverwijzing gebruikt. De formule 2*INDEX(A1:B2;1;2) zet daarentegen het resultaat van INDEX om in een getal in cel B1.

Matrix variant INDEX functie

Geeft als resultaat de waarde van een element in een matrix of tabel die is geselecteerd door de indexen voor rijnummer en kolomnummer.

Gebruik de matrixvariant als het eerste argument bij INDEX een matrixconstante is.

= INDEX ( matrix ; rij_getal; [kolom_getal] )  
  • matrix    Vereist. Een cellenbereik of een matrixconstante.
    • Als matrix slechts één rij of kolom bevat, is het bijbehorende argument rij_getal of kolom_getal optioneel.
    • Als matrix meerdere rijen en kolommen bevat en alleen rij_getal of kolom_getal wordt gebruikt, geeft INDEX als resultaat een matrix van de gehele rij of kolom in matrix.
  • rij_getal – Selecteert de rij in matrix waaruit een waarde moet worden opgehaald. Als u rij_getal weglaat, is kolom_getal een verplicht argument.
  • Kolom_getal  [Optioneel] Selecteert de kolom in matrix waaruit een waarde moet worden opgehaald. Als je de kolom_getal weglaat, is rij_getal een verplicht argument.

Gebruik matrix variant

  • Als je zowel het argument rij_getal als het argument kolom_getal gebruikt, geeft INDEX als resultaat de waarde in de cel op het snijpunt van rij_getal en kolom_getal.
  • Als je voor rij_getal of kolom_getal de waarde 0 (nul) opgeeft, geeft INDEX als resultaat een matrix met waarden van respectievelijk de gehele kolom of de gehele rij. Als u de resulterende waarden als matrix wilt gebruiken, geef je de functie op als een matrixformule in een horizontaal cellenbereik voor een rij en in een verticaal cellenbereik voor een kolom. Druk op Ctrl+Shift+Enter om een matrixformule op te geven.
  • De argumenten rij_getal en kolom_getal moeten naar een cel in een matrix verwijzen. Als dit niet het geval is, geeft INDEX de foutwaarde #VERW! als resultaat.
~ Advertentie ~

= POST ( 'Gerelateerd' )

X.VERGELIJKEN() functie

De X.VERGELIJKEN() functie zoekt naar een waarde in een bereik en geeft de positie terug. Ideaal voor dynamische zoekacties in Excel met krachtige nieuwe mogelijkheden.

Slim zoeken in Excel met de INDEX() functie

Met de INDEX functie in Excel kun je snel waarden opzoeken in tabellen, zonder beperkingen van VERT.ZOEKEN. Ontdek hoe INDEX() werkt en combineer het met andere functies.

FILTER() functie

De FILTER() functie laat je snel specifieke rijen uit een bereik tonen op basis van een of meer voorwaarden. Ideaal voor dynamische rapporten in Excel.

CoPilot voor Excel uitleg: Slimmer werken met AI in spreadsheets

CoPilot voor Excel is een AI-assistent die formules schrijft, data analyseert en suggesties doet. Ontdek hoe het jouw werk versnelt.

REEKS() functie

De REEKS() functie in Excel genereert automatisch getallenreeksen. Ideaal voor dynamische tabellen, sjablonen en berekeningen zonder handmatig vullen. Inclusief voorbeelden en tips.

De 10 meest gebruikte Excel functies

Het is onmogelijk om alle Excel functies uit je hoofd te kennen, er zijn bijna wel 500 functies. Als je Excel dagelijks gebruikt zijn er toch een aantal functies je regelmatig gebruikt.
~ Advertentie ~

= WEEK ('Top 5')

JAAR() functie

De JAAR functie in Excel geeft als resultaat het jaar van een datum als een 4-cijferig getal. Het jaar wordt uitgedrukt als een geheel getal tussen 1900 en 9999.

DATUM() functie

De Excel DATUM functie maakt van afzonderlijke waarden voor jaar, maand en dag een geldige datum. Je kunt deze functie gebruiken om dynamisch datums samen te stellen op basis van andere celwaarden in je werkblad.

VANDAAG() functie

De VANDAAG functie in Excel retourneert de huidige datum welke telkens wordt bijgewerkt als het werkblad wordt geopend of gewijzigd. In de formule VANDAAG zijn geen argumenten nodig.

AANTAL.ALS() functie

AANTAL.ALS is een Excel functie om cellen in een bereik te tellen die aan een enkele voorwaarde voldoen. AANTAL.ALS kan worden gebruikt om cellen te tellen die datums, getallen en tekst bevatten.

NETTO.WERKDAGEN() functie

De NETTO.WERKDAGEN geeft het aantal volledige werkdagen tussen een begindatum en een einddatum. Zaterdag en zondag en datums die zijn gedefinieerd zijn als feestdagen gelden niet als werkdagen.
~ Advertentie ~

= FUNCTIE ('Top 10')

~ Advertentie ~

= EXCEL ( 'categorieën' )

~ Advertentie ~