
Samenvatting WEGLATEN() functie
De WEGLATEN() functie in Excel is een krachtige manier om specifieke rijen en kolommen uit een bestaande matrix te verwijderen. Dit maakt het mogelijk om dynamisch een subset van gegevens te analyseren of weer te geven, zonder de originele data aan te passen.
Het is bijzonder handig bij het voorbereiden van rapportages, het filteren van datasets of het combineren van dynamische reeksen. Gebruik deze functie wanneer je gegevens wilt verkorten of bepaalde kolommen en rijen tijdelijk wilt negeren in berekeningen. In combinatie met andere functies zoals BLAD(), BLADEN(), ALS() of INDIRECT() kun je flexibele en krachtige formules bouwen.
Vertaling
Nederlands: WEGLATEN()
Engels: DROP()
Duits: WEGLASSEN()
Resultaat waarde
Krijg een deel van een tabel door aan het begin of einde rijen en/of kolommen weg te latenDoel
Het doel van de WEGLATEN() functie is het verwijderen van geselecteerde rijen en/of kolommen uit een matrix, zodat je met een aangepaste subset van je data verder kunt rekenen of visualiseren.
Syntaxis
=WEGLATEN(matrix; rijen;[kolommen])
Argumenten
matrix: Dit is de oorspronkelijke set met gegevens. Het kan een bereik zoals A1:C10 zijn of een dynamische matrix die uit een andere functie zoals VERT.STAPELEN() komt. De matrix mag zowel getallen, tekst als lege cellen bevatten.
rijen: Specificeer hier welke rijen je wilt weglaten. Je kunt bijvoorbeeld een enkel rijnummer gebruiken zoals 2 of meerdere rijen tegelijk met {2;4}. Rijen die buiten het bereik van de matrix vallen, leveren een fout op.
kolommen: Dit argument is optioneel. Hiermee bepaal je welke kolommen verwijderd worden. Net als bij rijen kun je een enkel kolomnummer gebruiken of meerdere zoals {1;3}. Indien je dit argument leeg laat, blijven alle kolommen behouden. Houd rekening met taalinstellingen: in sommige taalversies wordt een puntkomma gebruikt, in andere een komma.
Gebruik van WEGLATEN() functie
Je gebruikt WEGLATEN() wanneer je een subset van je data wilt analyseren of weergeven zonder de originele matrix aan te passen. Bijvoorbeeld, stel je hebt een tabel met verkoopcijfers van verschillende winkels en je wilt alle rijen met winkels buiten Amsterdam weglaten:
=WEGLATEN(A1:C10; {3;5;7})
Dit verwijdert de rijen 3, 5 en 7 van je matrix A1:C10.
Een ander voorbeeld is het verwijderen van specifieke kolommen, bijvoorbeeld kolom 2 en 4:
=WEGLATEN(A1:E10; ; {2;4})
Hier blijft alle data behouden behalve kolommen 2 en 4.
Je kunt WEGLATEN() ook combineren met ALS() om dynamisch rijen te verwijderen op basis van een voorwaarde:
=WEGLATEN(A1:C10; ALS(B1:B10<100; RIJ(B1:B10);""))
Of gebruik INDIRECT() om een matrix op een ander blad dynamisch te manipuleren:
=WEGLATEN(INDIRECT("Verkoop!A1:C10"); {2;5})
Waarom WEGLATEN() functie gebruiken?
De WEGLATEN() functie bespaart veel tijd in vergelijking met handmatig rijen of kolommen verwijderen. Het zorgt voor dynamische berekeningen en houdt je originele dataset intact. Veelgebruikte toepassingen zijn financiële rapportages, KPI-analyses en dashboards. Een veelgemaakte fout is het verkeerd opgeven van rijen of kolommen buiten de matrix; dit veroorzaakt een foutmelding. Tip: gebruik altijd RIJ() of KOLOM() om dynamisch verwijzingen te maken, vooral bij grote datasets.
Praktische voorbeelden ter motivatie:
=WEGLATEN(Begroting2025; {2;3}; {1})
=WEGLATEN(Data!A1:F50; ; {3;5})
=WEGLATEN(Verkoopcijfers; ALS(C2:C20<100; RIJ(C2:C20);""))
Tips:
- Controleer altijd of de rijen/kolommen binnen de matrix vallen.
- Gebruik combinaties met BLAD() en BLADEN() voor dynamische verwijzingen.
- Vermijd hardcoding van rijnummers bij veranderende datasets.
Opmerkingen WEGLATEN() functie
- WEGLATEN() werkt zowel in Desktop als Online, maar oudere versies van Excel kunnen deze functie missen.
- In Mobile en Starter kan compatibiliteit beperkt zijn; controleer eerst of de functie beschikbaar is.
- Let op taalinstellingen bij argumenten, gebruik het juiste scheidingsteken (; of ,).
- Gebruik in combinatie met dynamische matrixfuncties zoals VERT.STAPELEN() of FILTER() voor maximale flexibiliteit.
