Samenvatting TYPE() functie
De TYPE() functie in Excel bepaalt het gegevenstype van een waarde of cel. Of het nu gaat om tekst, een getal, een logische waarde, een fout of een matrix – met TYPE() kun je snel zien wat voor soort data je in een cel hebt. Dit is vooral handig als je met complexe formules werkt en niet weet welk type resultaat een berekening oplevert. Je gebruikt deze functie bijvoorbeeld als een formule niet werkt zoals verwacht en je wilt achterhalen of de output tekst of een getal is. In combinatie met functies als ALS(), INDIRECT() of N() kun je hiermee flexibele controles bouwen.
Vertaling
Nederlands: TYPE()
Engels: TYPE()
Duits: TYP()
Resultaat waarde
Geeft als resultaat een getal dat het gegevenstype van een waarde aangeeftDoel
Het doel van de TYPE() functie is om te achterhalen welk type waarde Excel herkent in een opgegeven cel of berekening. Excel kent verschillende gegevenstypen, zoals getallen, tekst, logische waarden (WAAR/ONWAAR), fouten en matrixen. TYPE() helpt je te begrijpen hoe Excel intern met deze data omgaat, zodat je fouten in formules sneller kunt oplossen.
Syntaxis
=TYPE(waarde)
Argumenten
waarde
De waarde waarvan je het gegevenstype wilt weten. Dit kan een directe waarde zijn (zoals 5 of “Hallo”), een celverwijzing (zoals A1), of een formule (zoals =A1+B1).
De functie geeft altijd een getal als resultaat, dat het type van de opgegeven waarde weergeeft:
1 – getal
2 – tekst
4 – logische waarde (WAAR of ONWAAR)
16 – foutwaarde (#N/B, #DEEL/0!, enz.)
64 – matrix
Gebruik van TYPE() functie
De TYPE() functie gebruik je vooral bij foutopsporing of formulecontrole. Stel dat je een berekening maakt die onverwacht geen resultaat geeft. Met TYPE() kun je achterhalen of de invoer wel het juiste type is.
Bijvoorbeeld, als je in cel A1 de tekst "25" hebt staan (dus niet het getal 25), dan kun je met de volgende formule controleren wat Excel ziet:
=TYPE(A1)
Het resultaat is 2, wat betekent dat A1 tekst bevat.
Je kunt TYPE() ook combineren met ALS() om automatisch actie te ondernemen afhankelijk van het type waarde. Bijvoorbeeld:
=ALS(TYPE(A1)=1;"A1 is een getal";"A1 is geen getal")
Of gebruik het samen met INDIRECT(), waarbij het handig is om te weten of een verwijzing geldig is:
=ALS(TYPE(INDIRECT("B2"))=16;"Ongeldige verwijzing";"OK")
Een ander nuttig voorbeeld is het controleren van matrixresultaten, bijvoorbeeld bij functies als TRANSPONEREN() of SOMPRODUCT():
=TYPE(SOMPRODUCT(A1:A3;B1:B3))
Als het resultaat 1 is, weet je dat het om een numerieke uitkomst gaat.
Waarom TYPE() functie gebruiken?
De TYPE() functie is vooral nuttig voor debugging en formulecontrole. Wanneer je werkt met dynamische gegevens, zoals uit INDIRECT() of verwijzingen naar andere werkbladen, weet je niet altijd welk type resultaat wordt geretourneerd. Met TYPE() krijg je daar direct inzicht in.
Bijvoorbeeld, stel dat je werkt met een berekening waarin een fout kan ontstaan:
=TYPE(A1/B1)
Als B1 leeg is of nul bevat, geeft deze formule de foutwaarde #DEEL/0!. TYPE() geeft dan 16 terug, wat overeenkomt met een fout. Zo kun je met een extra controle voorkomen dat je hele berekening crasht.
Je kunt TYPE() combineren met ALS() en ISFOUT() om robuuste formules te bouwen:
=ALS(TYPE(A1)=16;"Fout gevonden";N(A1))
Zo kun je beslissen wat er moet gebeuren bij een fout — een veelvoorkomende strategie in goed opgebouwde Excel-modellen.
Veelvoorkomende fouten voorkomen:
De meest gemaakte fout is denken dat TYPE() de inhoud “herconverteert”. Dat doet de functie niet; ze toont alleen het type. Ook belangrijk: tekst die eruitziet als een getal (“25”) blijft tekst, tenzij je die expliciet omzet met N() of WAARDE(). Verder moet je weten dat TYPE() bij formules die een matrix teruggeven, niet het matrixtype toont tenzij de formule als matrixformule wordt ingevoerd.
Opmerkingen TYPE() functie
- TYPE() geeft altijd een getal terug, nooit tekst.
- Tekst die getallen bevat, wordt als tekst beschouwd (TYPE=2).
- Lege cellen geven TYPE=1, omdat Excel dit als getal 0 ziet.
- TYPE() herkent foutwaarden zoals
#N/B,#WAARDE!,#REF!, enz. als 16. - Een matrixformule moet met Ctrl+Shift+Enter worden ingevoerd (in oudere Excel-versies) om TYPE=64 te tonen.
- TYPE() kan niet gebruikt worden om formulestructuren te analyseren, enkel de uitkomst.
- TYPE() werkt in alle moderne Excel-versies, inclusief Online, Mobile en Starter.
- In Excel Online en Mobile worden fouttypes beperkt weergegeven als 16, ongeacht specifieke foutsoort.
- TYPE() is taalonafhankelijk qua numerieke waarden; de geretourneerde cijfers zijn universeel.
- Je kunt TYPE() niet gebruiken op naamdefinities die geen waarde bevatten; dit geeft een fout (
#NAAM?).

