Samenvatting T() functie
De T functie in Excel is een weinig bekende maar zeer nuttige functie die tekst van andere datatypen onderscheidt. Wanneer je met formules werkt die zowel tekst als getallen kunnen bevatten, helpt =T(tekst) om alleen tekstuele waarden te behouden. Excel geeft met deze functie een tekenreeks terug als het argument tekst bevat, en anders een lege tekenreeks (“”).
Je gebruikt T() vaak in combinatie met functies zoals ALS(), INDIRECT() of TEKST(), om formules robuuster te maken. Bijvoorbeeld wanneer je verwijzingen controleert of celinhoud wilt filteren zonder foutmeldingen te krijgen.
Vertaling
Nederlands: T()
Engels: T()
Duits: T()
Resultaat waarde
Converteert de argumenten naar tekstDoel
Het doel van de T() functie is eenvoudig: controleren of een waarde tekst is en, als dat zo is, de tekst teruggeven. Als de waarde géén tekst is (bijvoorbeeld een getal, datum, foutwaarde of logische waarde), dan geeft T() een lege tekenreeks (“”) als resultaat. Zo houd je je formules schoon en voorkom je ongewenste getal- of foutuitvoer in je tekstvelden.
Syntaxis
=T(tekst)
Argumenten
tekst
Dit is de waarde die je wilt testen of omzetten naar tekst. Het kan een directe tekstwaarde zijn (“Hallo”), een celverwijzing (A1), of een resultaat van een andere formule. Als het argument al tekst bevat, geeft de functie die tekst terug. Als het argument iets anders is dan tekst (zoals een getal, logische waarde of fout), retourneert Excel een lege tekenreeks (“”).
Gebruik van T() functie
De T functie is bijzonder handig in situaties waarin je formules maakt die zowel tekst als andere gegevens kunnen verwerken. Stel dat je in cel A1 soms tekst en soms getallen invoert, en je wilt alleen de tekst tonen in een andere cel. Dan gebruik je:
=T(A1)
Als A1 “Excel” bevat, krijg je “Excel” als resultaat.
Als A1 het getal 100 bevat, krijg je een lege tekenreeks (“”).
Een praktisch voorbeeld: je maakt een rapport waarin bepaalde cellen tekstlabels bevatten, en je wilt voorkomen dat Excel getallen toont in velden die tekst moeten blijven. Combineer de functie dan met ALS():
=ALS(T(A1)="";"Geen tekst gevonden";T(A1))
In dit voorbeeld geeft de formule “Geen tekst gevonden” weer als A1 geen tekst bevat.
Een andere nuttige toepassing is in combinatie met INDIRECT(), vooral bij dynamische verwijzingen. Als je bijvoorbeeld een dynamische verwijzing gebruikt die naar een cel met tekst moet wijzen, kun je met T() controleren of de bronwaarde tekst bevat:
=ALS(T(INDIRECT("Blad1!A1"))<>"";"Tekst aanwezig";"Geen tekst")
Zo voorkom je dat Excel foutmeldingen of lege cellen onjuist verwerkt.
Waarom T() functie gebruiken?
De T functie voorkomt fouten en ongewenste resultaten in dynamische of complexe werkbladen. Ze zorgt ervoor dat je alleen echte tekstwaarden behoudt, wat belangrijk is bij formules die tekst concatenatie (zoals &) of tekstverwerking gebruiken.
Stel dat je een naam samenstelt op basis van invoer, maar één van de cellen bevat per ongeluk een getal. Door T() te gebruiken, kun je voorkomen dat de formule vreemde uitkomsten toont:
=A1 & " " & T(B1)
Als B1 tekst bevat, wordt deze toegevoegd. Als B1 een getal bevat, negeert Excel het argument netjes.
Een veelgemaakte fout is dat mensen verwachten dat =T(123) het getal 123 als tekst oplevert, maar dat is niet zo. De functie geeft dan een lege tekenreeks terug. Als je juist getallen naar tekst wilt omzetten, gebruik dan de TEKST() functie:
=TEKST(123;"0")
Kortom, gebruik T() als je alleen tekst wilt behouden en niet wilt converteren. Gebruik TEKST() als je numerieke waarden wilt omzetten naar tekst.
Opmerkingen T() functie
- T() retourneert enkel tekstwaarden; andere datatypen geven een lege tekenreeks.
- Als het argument een foutwaarde bevat, geeft T() die foutwaarde niet door.
- De functie is handig in logische tests binnen ALS() formules.
- Excel beschouwt een lege tekenreeks (
“”) als niet-tekst in sommige contexten. - T() is vooral nuttig bij dynamische tekstverwerking of rapportgeneratie.
- In Excel Online en Mobile werkt T() hetzelfde als in de desktopversie.
- Logische waarden zoals WAAR of ONWAAR worden genegeerd (resultaat
“”). - Je kunt T() gebruiken om gegevensconsistentie te controleren in geïmporteerde datasets.
- Bij vertaalde Excel-versies moet je erop letten dat “T” altijd in hoofdletter wordt ingevoerd.
- T() accepteert maximaal één argument — extra argumenten veroorzaken een foutmelding.

