KOLOM() functie

KOLOM functie in Excel

Samenvatting KOLOM() functie

De KOLOM() functie in Excel wordt gebruikt om het kolomnummer van een cel of bereik op te halen. Dit klinkt eenvoudig, maar het is een krachtige bouwsteen voor dynamische formules, rapportages en geautomatiseerde reeksen. Wanneer je bijvoorbeeld een formule wilt laten weten in welke kolom hij zich bevindt of wanneer je met functies als INDEX(), VERSCHUIVING() of INDIRECT() werkt, dan is KOLOM() onmisbaar. Deze functie helpt bij het maken van flexibele berekeningen die automatisch mee veranderen wanneer kolommen worden toegevoegd of verplaatst.

Vertaling

Nederlands: KOLOM()
Engels: COLUMN()
Duits: SPALTE()

Resultaat waarde

Geeft als resultaat het kolomnummer van een verwijzing

Doel

Het doel van de KOLOM() functie is eenvoudig: het retourneert het kolomnummer van de opgegeven celverwijzing. Wanneer geen verwijzing wordt opgegeven, geeft de functie het kolomnummer van de cel waarin de formule staat. Dat maakt het een handig hulpmiddel bij het dynamisch verwijzen naar kolommen, vooral in formules die je later wilt kopiëren of uitbreiden.

Syntaxis

=KOLOM([verwijzing])

Argumenten

verwijzing – Dit argument is optioneel. Het verwijst naar een cel of een bereik waarvan je het kolomnummer wilt weten. Wanneer je dit weglaat, geeft Excel het kolomnummer terug van de cel waarin de formule staat.

De verwijzing kan één enkele cel zijn, zoals B5, of een volledig bereik, zoals C2:E2. In dat laatste geval retourneert KOLOM() het kolomnummer van de eerste kolom in het bereik – in dit voorbeeld dus kolom C, oftewel 3.

Een belangrijk aandachtspunt is dat KOLOM() geen tekstuele kolomletters retourneert (zoals “C”), maar het bijbehorende nummer (zoals 3). Als je het kolomlabel wilt weergeven, kun je dat combineren met functies als ADRES() of TEKST().

Wanneer je werkt in niet-Nederlandstalige Excel-versies, kan de functienaam verschillen. In de Engelse versie heet deze functie bijvoorbeeld COLUMN(), maar de werking en syntaxis blijven gelijk.

Gebruik van KOLOM() functie

De KOLOM() functie wordt vaak gebruikt in dynamische formules, vooral wanneer je een reeks wilt genereren die afhankelijk is van de kolom waarin de formule staat. Stel dat je in rij 2 werkt met formules die per kolom een ander resultaat moeten tonen. Door KOLOM() te gebruiken, kun je die logica automatisch laten berekenen.

Bijvoorbeeld, om het kolomnummer van een cel te tonen:

=KOLOM(B5)

Het resultaat is 2, omdat kolom B de tweede kolom in het werkblad is.

Laat je het argument weg:

=KOLOM()

Dan geeft Excel het kolomnummer terug van de cel waarin deze formule is geplaatst.

Je kunt KOLOM() ook gebruiken in combinatie met INDIRECT() voor dynamische verwijzingen:

=INDIRECT("A" & KOLOM())

Hiermee maak je een formule die automatisch naar een andere kolom verwijst afhankelijk van waar je hem plaatst.

In combinatie met ALS() kun je logica toevoegen:

=ALS(KOLOM()<5;"Linkerhelft";"Rechterhelft")

Deze formule toont “Linkerhelft” als de formule zich in een kolom links van E bevindt, en “Rechterhelft” in alle andere gevallen.

Ook in dashboards of sjablonen is KOLOM() handig, bijvoorbeeld om kolommen automatisch te nummeren of labels te genereren zonder handmatig aan te passen.

Waarom KOLOM() functie gebruiken?

Het gebruik van de KOLOM() functie bespaart tijd en voorkomt fouten in dynamische spreadsheets. Vooral bij geautomatiseerde rapporten of tabellen waarin kolommen regelmatig verschuiven, zorgt KOLOM() ervoor dat formules mee evolueren zonder handmatige aanpassing.

Een veelvoorkomende toepassing is het genereren van een oplopende reeks die automatisch aanpast wanneer je kolommen toevoegt. Bijvoorbeeld:

=KOLOM(A1)-KOLOM($A$1)+1

Hiermee maak je een dynamische teller die start bij 1, ongeacht waar de formule staat.

Veelvoorkomende fouten zijn het gebruik van KOLOM() zonder te begrijpen dat bij een bereik alleen het eerste kolomnummer wordt geretourneerd. Wil je meerdere kolomnummers tegelijk zien, gebruik dan de functie in een matrixformule of combineer deze met REEKS() of RIJEN().

Tips om fouten te vermijden:

  • Gebruik absolute verwijzingen (met $) bij vaste startkolommen.
  • Combineer met INDIRECT() voor flexibele verwijzingen naar andere bladen.
  • Test altijd of de formule correct doorrekent bij het kopiëren naar andere kolommen.

Met de KOLOM() functie kun je dus eenvoudig kolomnummers ophalen, dynamische reeksen bouwen en slimme, onderhoudsvrije formules opzetten. Het is een kleine maar onmisbare schakel in elke geavanceerde Excel-toolset.

Opmerkingen KOLOM() functie

  • KOLOM() geeft altijd een getal terug; wil je de letter van de kolom, gebruik dan ADRES() in combinatie met TEKST.SPLITSEN().
  • In Excel Online en Mobile werkt KOLOM() volledig, maar matrixgedrag kan beperkt zijn bij oude browsers.
  • In Excel Starter is de functie aanwezig maar kunnen dynamische matrixresultaten niet worden weergegeven.
  • Bij gebruik met INDIRECT() in werkmappen met gesloten verwijzingen kunnen fouten optreden (#REF!).
  • Let op bij internationale versies: in Engelse Excel heet de functie COLUMN(), en de scheidingstekens verschillen (komma i.p.v. puntkomma).
~ Advertentie ~

= POST ( 'Gerelateerd' )

AFRONDEN.NAAR.BENEDEN() functie

De AFRONDEN.NAAR.BENEDEN() functie rondt getallen in Excel altijd naar beneden af. Leer de syntaxis, praktische voorbeelden en tips voor foutloze berekeningen.

RIJ() functie

De RIJ() functie geeft het rijnummer van een opgegeven cel terug. Handig voor dynamische formules, automatische nummering en slimme verwijzingen in Excel.

ARRAYTOTEXT() functie

Leer hoe je met de ARRAYTOTEXT() functie een Excel-matrix omzet naar tekst, inclusief praktische voorbeelden en tips om veelvoorkomende fouten te voorkomen.

SOM.ALS() functie

De SOM.ALS() functie telt waarden in Excel op die voldoen aan een opgegeven criterium. Ontdek de syntaxis, praktische voorbeelden en tips voor foutloze berekeningen.

HYPERLINK() functie

Maak klikbare links in Excel met HYPERLINK(). Leer syntaxis, voorbeelden en tips om dynamische, leesbare koppelingen in je werkblad te maken.

ALS() functie

De Excel ALS functie verwerkt een logische test die een waarde WAAR resulteert of een waarde ONWAAR. De ALS functie kan ook genest worden gebruikt.
~ Advertentie ~

= WEEK ('Top 5')

JAAR() functie

De JAAR functie in Excel geeft als resultaat het jaar van een datum als een 4-cijferig getal. Het jaar wordt uitgedrukt als een geheel getal tussen 1900 en 9999.

DATUM() functie

De Excel DATUM functie maakt van afzonderlijke waarden voor jaar, maand en dag een geldige datum. Je kunt deze functie gebruiken om dynamisch datums samen te stellen op basis van andere celwaarden in je werkblad.

NETTO.WERKDAGEN() functie

De NETTO.WERKDAGEN geeft het aantal volledige werkdagen tussen een begindatum en een einddatum. Zaterdag en zondag en datums die zijn gedefinieerd zijn als feestdagen gelden niet als werkdagen.

Wachtwoord Excel werkblad beveiliging kraken

Met de volgende macro code is het mogelijk om de beveiliging van een met wachtwoord beveiligd werkblad op te heffen.

INDEX() functie

De INDEX functie geeft als resultaat een waarde of de verwijzing naar een waarde vanuit een tabel of bereik. Je kunt de functie gebruiken om een enkele waarde op te halen of een hele rij of kolom.
~ Advertentie ~

= FUNCTIE ('Top 10')

~ Advertentie ~

= EXCEL ( 'categorieën' )

~ Advertentie ~