Samenvatting EVEN() functie
De EVEN() functie in Excel rondt een getal af naar het dichtstbijzijnde even gehele getal. Dit is handig als je werkt met berekeningen waarbij alleen even waarden toegestaan zijn, bijvoorbeeld bij partijgroottes, rijenverdelingen of technische berekeningen. Je gebruikt deze functie vaak in combinatie met afrondingsfuncties zoals AFRONDEN(), AFRONDEN.NAAR.BOVEN(), of logische functies zoals ALS() om berekeningen dynamisch aan te passen.
Vertaling
Nederlands: EVEN()
Engels: EVEN()
Duits: GERADE()
Resultaat waarde
Rondt het getal af op het dichtstbijzijnde gehele even getalDoel
Het doel van de EVEN() functie is om een getal altijd af te ronden naar boven (weg van nul) tot het dichtstbijzijnde even gehele getal. Zo wordt een positief getal groter en een negatief getal kleiner (meer negatief), zolang het resultaat even is.
Syntaxis
=EVEN(getal)
Argumenten
getal
Het getal dat je wilt afronden naar het dichtstbijzijnde even gehele getal.
Dit argument is verplicht en kan een direct getal, een celverwijzing of een resultaat van een andere functie zijn.
Als getal geen numerieke waarde is, retourneert Excel de foutwaarde #WAARDE!.
Gebruik van EVEN() functie
Je gebruikt EVEN() om berekeningen consistent te maken waar alleen even getallen zijn toegestaan. Denk bijvoorbeeld aan het aantal stoelen in rijen, dozen per pallet of paren voor verdeling.
Stel, je hebt in cel A2 het aantal producten dat moet worden verpakt. Omdat dozen alleen in even aantallen gevuld mogen worden, kun je de volgende formule gebruiken:
=EVEN(A2)
Als A2 = 7, dan geeft Excel 8 terug.
Je kunt EVEN() ook combineren met ALS() om voorwaarden toe te passen. Bijvoorbeeld:
=ALS(EVEN(B2)>20; "Te groot"; "Binnen limiet")
Hier controleer je of de afgeronde even waarde boven een limiet komt.
Een ander praktisch voorbeeld is het combineren met AFRONDEN() om specifieke scenario’s te berekenen, zoals bij een machine die in paren draait:
=EVEN(AFRONDEN(B2/2;0))
Zo zorg je ervoor dat het resultaat altijd een even waarde is, ook na afronding.
Waarom EVEN() functie gebruiken?
De EVEN() functie is vooral nuttig wanneer je getallen moet standaardiseren naar even waarden, bijvoorbeeld bij technische ontwerpen, verpakkingslogistiek of numerieke patronen. Als je werkt met negatieve getallen, zal Excel ze ook “weg van nul” afronden. Bijvoorbeeld, =EVEN(-3) geeft -4 terug.
Een veelgemaakte fout is om te denken dat EVEN() gewoon afrondt naar het dichtstbijzijnde even getal, maar dat doet het niet: het rondt altijd weg van nul. Dat betekent dat =EVEN(2,1) 4 oplevert, en niet 2. Dit is belangrijk bij berekeningen waar afrondingsrichting invloed heeft op de uitkomst.
Gebruik EVEN() ook als je bijvoorbeeld een ALS() voorwaarde wilt gebruiken die even of oneven controleert:
=ALS(EVEN(A1)=A1; "Even"; "Oneven")
Hiermee kun je snel zien of een waarde even is.
De EVEN() functie is dus een eenvoudige maar krachtige manier om je berekeningen consistent te houden met even waarden. Of je nu werkt met productie-aantallen, wiskundige patronen of gewoon een nette afronding wilt, deze functie zorgt voor voorspelbare resultaten zonder complexe formules.
Opmerkingen EVEN() functie
- De EVEN() functie rondt altijd weg van nul, niet naar het dichtstbijzijnde even getal.
- Als het argument geen getal is, geeft de functie de fout
#WAARDE!. - Tekst die op een getal lijkt (zoals “6”) wordt wel correct geïnterpreteerd.
- Negatieve getallen worden naar beneden afgerond (meer negatief).
- Het resultaat is altijd een geheel getal zonder decimalen.
- Je kunt de functie combineren met ODD() (de tegenovergestelde functie) om oneven afrondingen te doen.
- In Excel Online en Mobile werkt de functie hetzelfde als in de desktopversie.
- Er is geen limiet aan de grootte van het getal, zolang Excel het als numeriek herkent.
- Afronding gebeurt onafhankelijk van de ingestelde decimaalnotatie.
- EVEN() kan gebruikt worden binnen matrixformules zonder speciale syntaxis.

