Samenvatting CODE() functie
De CODE() functie in Excel is een handige manier om het numerieke teken van het eerste karakter in een tekstwaarde te achterhalen. Je gebruikt deze functie wanneer je wilt weten welke ASCII- of Unicode-code een specifiek teken heeft. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn bij het sorteren van tekst, het maken van validaties of het combineren met andere functies zoals ALS() of INDIRECT() voor dynamische logica. Met CODE() krijg je snel inzicht in de interne representatie van een teken, waardoor complexe tekstbewerkingen eenvoudiger worden.
Vertaling
Nederlands: CODE()
Engels: CODE()
Duits: CODE()
Resultaat waarde
Geeft als resultaat de numerieke code voor het eerste teken in een tekenreeksDoel
Het doel van de CODE() functie is om het numerieke codegetal van het eerste teken van een opgegeven tekst terug te geven. Dit kan bijvoorbeeld een letter, cijfer of symbool zijn. Zo kun je logica opbouwen die reageert op specifieke tekens in je Excel-sheets.
Syntaxis
=CODE(tekst)
Argumenten
tekst
De tekstwaarde waarvan je de code van het eerste teken wilt weten. Het kan een lege cel, een tekst of een symbool zijn. Als de tekst leeg is, geeft CODE() een foutmelding. Let op dat CODE() altijd het eerste teken van de tekst gebruikt. Voor speciale karakters of tekens die uit meerdere bytes bestaan, zoals sommige emoji of niet-westerse tekens, kan het resultaat variëren afhankelijk van de taalinstellingen van Excel.
Gebruik van CODE() functie
Je gebruikt de CODE() functie vaak in combinatie met andere functies om dynamische logica te creëren. Bijvoorbeeld, als je wilt controleren of een tekst begint met een hoofdletter A, kun je dit doen met:
=ALS(CODE(A1)=65;"Begint met A";"Begint niet met A")
Hier kijkt Excel naar de ASCII-code van het eerste teken in cel A1. De code 65 staat voor hoofdletter “A”. Je kunt dit combineren met functies zoals BLAD() of INDIRECT() om dynamische verwijzingen te maken gebaseerd op tekstwaarden.
Een ander voorbeeld is het sorteren van een lijst met speciale symbolen. Stel dat je een lijst hebt van symbolen en je wilt de codes achterhalen om ze op volgorde te zetten:
=CODE(B2)
Nu weet je precies welke code bij elk symbool hoort en kun je geavanceerde sorteringen toepassen.
Waarom CODE() functie gebruiken?
Het gebruik van CODE() is vooral nuttig wanneer je logica wilt baseren op specifieke tekens of wanneer je met vreemde tekens werkt in je werkbladen. Het helpt je bijvoorbeeld te voorkomen dat er foutieve sorteringen plaatsvinden of dat je formules mislopen door onverwachte tekens.
=ALS(CODE(C1)>96;"Kleine letter";"Geen kleine letter")
Dit voorbeeld controleert of het eerste teken in cel C1 een kleine letter is. Veelvoorkomende fouten ontstaan wanneer je denkt dat tekens gelijk zijn terwijl ze verschillende codes hebben (zoals een spatie of accent). Tip: combineer CODE() met LINKS() als je meerdere tekens wilt analyseren:
=CODE(LINKS(D1;1))
Zo krijg je meer controle over je tekstdata. Belangrijke voordelen zijn onder andere:
- Je kunt controleren op hoofd- of kleine letters.
- Je kunt speciale tekens filteren of valideren.
- Je kunt dynamische logica bouwen in combinatie met ALS() of INDIRECT().
Opmerkingen CODE() functie
- CODE() werkt volledig in Online, Mobile en Starter, maar sommige niet-westerse tekens kunnen verschillende resultaten geven.
- CODE() kijkt altijd naar het eerste teken, ongeacht de rest van de tekst.
- Voor meervoudige tekens of emoji gebruik je soms een combinatie van UNICODE() in plaats van CODE().
- In Nederlands Excel is het belangrijk dat je de puntkomma (
;) gebruikt als scheidingsteken tussen argumenten.

