Samenvatting CHI.KWADRAAT.INV() functie
De CHI.KWADRAAT.INV() functie helpt je om waarden te bepalen die horen bij een bepaalde kans in de chi-kwadraatverdeling. Dit is handig als je werkt met statistische toetsen, betrouwbaarheidsintervallen of variantie-analyses. Je gebruikt deze functie vooral wanneer je een kritieke grens wilt berekenen waarmee je kunt vergelijken of een steekproefafwijking statistisch significant is. Daardoor past de functie perfect binnen analyses waarbij je snel inzicht wilt krijgen in spreiding, variatie of toetsresultaten.
Vertaling
Nederlands: CHI.KWADRAAT.INV()
Engels: CHIINV()
Duits: CHIINV()
Resultaat waarde
Geeft als resultaat de inverse van een eenzijdige kans van de chi-kwadraatverdelingDoel
Het doel van CHI.KWADRAAT.INV() is het berekenen van de waarde x waarvoor de cumulatieve chi-kwadraatverdeling gelijk is aan de opgegeven kans. Hiermee kun je toetsen uitvoeren, grenzen berekenen of betrouwbaarheid beoordelen binnen een dataset.
Syntaxis
=CHI.KWADRAAT.INV(kans;vrijheidsgraden)
Argumenten
kans
Dit is de cumulatieve kans die hoort bij de chi-kwadraatverdeling. Je voert een waarde in tussen 0 en 1. Je mag een celverwijzing gebruiken of een berekende kans, bijvoorbeeld uit een ALS() constructie. Als de kans kleiner dan 0 of groter dan 1 is, verschijnt de foutmelding #GETAL!.
vrijheidsgraden
Het aantal vrijheidsgraden dat hoort bij de verdeling. Je vult een positief numeriek getal in, vaak gebaseerd op het aantal waarnemingen min 1. Als je een niet-numerieke waarde invoert, krijg je #WAARDE!. Bij negatieve of nul-waarden verschijnt opnieuw #GETAL!. Excel rondt waarden die geen geheel getal zijn automatisch af naar beneden, wat belangrijk is om te voorkomen dat je berekening onbedoeld verandert.
Gebruik van CHI.KWADRAAT.INV() functie
Je gebruikt CHI.KWADRAAT.INV() vooral om kritieke waarden te berekenen bij hypothesetoetsen, zoals een chi-kwadraattoets voor onafhankelijkheid. Stel dat je voor een dataset van Marieke een toets uitvoert met 5 vrijheidsgraden en wilt weten welke grens overeenkomt met een kans van 0,95. Je zet dan simpelweg de functie op een aparte regel:
=CHI.KWADRAAT.INV(0,95;5)
Dit helpt je om direct te beoordelen of de toetswaarde binnen of buiten de kritieke zone valt. In grotere modellen combineer je deze functie vaak met verwijzingen via INDIRECT(), vooral als je dynamisch naar verschillende tabellen of bladen verwijst die door andere collega’s worden aangeleverd. Zo kun je de vrijheidsgraden laten afhangen van een dynamisch bereik, bijvoorbeeld:
=CHI.KWADRAAT.INV(B3;INDIRECT("Instellingen!B2"))
In rapportages werkt het goed om deze functie te koppelen aan uitkomsten van een chi-kwadraattoets die je handmatig hebt berekend, of die gebaseerd is op een tabel die automatisch wordt gevuld op een ander blad. Via BLAD() en BLADEN() kun je bovendien controleren of er extra datasheets zijn toegevoegd, zodat je flexibel blijft in je modelstructuur.
Wanneer je werkt aan simulaties, bijvoorbeeld voor kwaliteitscontrole van productiegegevens, zie je dat CHI.KWADRAAT.INV() een perfecte rol speelt bij grenswaarden. Je vergelijkt de uitkomst dan met toetswaarden, zodat je weet of een machineafwijking nog acceptabel is. Doordat Excel real-time herberekent, kun je direct zien of een nieuwe invoer binnen de statistische norm valt.
Waarom CHI.KWADRAAT.INV() functie gebruiken?
De belangrijkste reden om CHI.KWADRAAT.INV() te gebruiken, is dat je snel een exacte kritieke waarde wilt berekenen die past bij een opgegeven kans. Als je bijvoorbeeld een significantieniveau van 5% gebruikt, bereken je exact de grens waarboven een toetsresultaat bijzonder wordt. Door deze functie te gebruiken bespaar je veel tijd, omdat je geen tabellen meer hoeft erbij te pakken of online calculators nodig hebt. Je hoeft alleen de kans in te voeren en het juiste aantal vrijheidsgraden, zoals in:
=CHI.KWADRAAT.INV(1-B2;C2)
Een veelvoorkomende fout is dat je de kans verwart met het significantieniveau. Als je bijvoorbeeld een 5%-toets uitvoert, moet je 0,95 gebruiken omdat dat de cumulatieve kans is van de bovenkant van de verdeling. Als je dit verkeerd doet, krijg je verkeerde kritieke waarden en concludeer je mogelijk iets dat niet klopt.
Je voorkomt fouten door altijd te controleren of je kans binnen 0 en 1 ligt, en of de vrijheidsgraden logisch zijn. Je kunt daarbij een extra ALS() erbij zetten om verkeerde invoer op te vangen. Ook helpt het om vaste instellingen te gebruiken op een apart instellingenblad, zodat je niet per ongeluk waarden overschrijft. Voor dynamische modellen werkt het goed om INDIRECT() te gebruiken om die instellingen te koppelen aan de juiste velden, terwijl functies zoals BLAD() je helpen om je structuur te controleren als je met meerdere databronnen werkt.
Eventuele verduidelijkende opsomming:
- Functie werkt alleen met cumulatieve kansen.
- Vrijheidsgraden moeten positief en numeriek zijn.
- Controleer altijd of je significantieniveau juist is om fouten te voorkomen.
- Vermijd dat je afrondingen over het hoofd ziet.
Opmerkingen CHI.KWADRAAT.INV() functie
- De functie geeft
#GETAL!wanneer kans buiten 0–1 ligt. - De functie geeft
#WAARDE!bij niet-numerieke invoer. - Vrijheidsgraden worden naar beneden afgerond.
- Excel Online en Mobile ondersteunen deze functie volledig.
- Starter-versies kunnen beperking hebben in statistische functies.
- Resultaten zijn gevoelig voor afrondingsverschillen bij grote vrijheidsgraden.
- Negatieve of nul-vrijheidsgraden zijn ongeldig.
- Zeer kleine kansen kunnen numeriek instabiel zijn.
- De functie werkt uitsluitend met de cumulatieve verdeling.
- De Engelse variant heet CHISQ.INV().
Deze functie is vervangen door een of meer nieuwe functies die nauwkeuriger zijn en een duidelijkere naam hebben. Deze functie is op dit moment nog beschikbaar ten behoeve van compatibiliteit met eerdere versies, maar u wordt aangeraden om vanaf nu de nieuwe functies te gebruiken, omdat deze functie mogelijk in een toekomstige versie van Excel wordt verwijderd.

