Samenvatting BETROUWBAARHEID() functie
De BETROUWBAARHEID() functie gebruik je wanneer je de breedte van een betrouwbaarheidsinterval wilt bepalen binnen een statistische analyse. Deze functie werkt vooral prettig wanneer je met steekproefdata werkt en een nauwkeurige marge wilt berekenen vóórdat je conclusies trekt. De functie neemt een significantieniveau, standaarddeviatie en steekproefgrootte en geeft je een betrouwbaarheidsmarge terug die je direct kunt toepassen. Daarom past deze functie goed bij scenario’s waarin je statistische zekerheid wilt tonen of vergelijkt tussen metingen, experimenten of enquêteresultaten.
Vertaling
Nederlands: BETROUWBAARHEID()
Engels: CONFIDENCE()
Duits: KONFIDENZ()
Resultaat waarde
Geeft als resultaat de betrouwbaarheidsinterval voor een populatiegemiddeldeDoel
Het doel van BETROUWBAARHEID() is het berekenen van een foutmarge rondom een steekproefgemiddelde, zodat je een betrouwbaarheidsinterval kunt opbouwen. Hierdoor kun je bepalen hoe breed de marge is waarin de werkelijke populatiewaarde waarschijnlijk ligt.
Syntaxis
=BETROUWBAARHEID(alfa; standaarddev; grootte)
Argumenten
alfa
Dit is het gekozen significantieniveau dat aangeeft hoeveel onzekerheid je toestaat. Een lagere waarde leidt tot een hogere betrouwbaarheid en dus een bredere marge. De waarde moet groter zijn dan 0 en kleiner dan 1. Als je een waarde buiten dit bereik gebruikt, geeft Excel #GETAL!.
standaarddev
Dit is de standaarddeviatie van de populatie. Het mag een getal zijn of verwijzing naar een cel waarin een numerieke waarde staat. Deze waarde moet groter zijn dan 0. Een foutieve waarde leidt tot #GETAL! of #WAARDE!.
grootte
Dit is de steekproefgrootte. Het moet een positief getal zijn dat groter is dan 1. Excel gebruikt dit getal in de wortelterm, en het mag geen tekst zijn. Een waarde kleiner dan of gelijk aan 1 levert #GETAL! op.
Gebruik van BETROUWBAARHEID() functie
Je gebruikt de BETROUWBAARHEID() functie wanneer je wilt bepalen hoe nauwkeurig een gemeten steekproefrepresentatie is. In een praktijkvoorbeeld kan Karin een enquête afnemen onder 250 respondenten over klanttevredenheid. Zij wil weten hoe breed de marge is rond het gemiddelde cijfer dat ze heeft berekend. In zo’n geval werkt een voorbeeld als:
=BETROUWBAARHEID(0,05; 1,8; 250)
Zo’n formule levert Karin een foutmarge op die ze kan optellen en aftrekken van het steekproefgemiddelde. Hierdoor krijgt ze een betrouwbaarder beeld van de mogelijke waarden. Tegelijkertijd helpt de functie wanneer je scenario’s bouwt, bijvoorbeeld in combinatie met ALS(), om meteen te beoordelen of een projectdoel wordt behaald. Stel dat Lars een marge groter dan 0,3 als onacceptabel ziet, dan kan hij schrijven:
=ALS(BETROUWBAARHEID(0,05;B2;B3)>0,3;"Opnieuw meten";"Prima")
Het combineren van de functie met INDIRECT() maakt het mogelijk om dynamisch te verwijzen naar variabele steekproefomgevingen. Daarbij kun je bijvoorbeeld een gekozen dataset vanaf een ander tabblad ophalen via een formule zoals:
=BETROUWBAARHEID(0,1; INDIRECT("Data!B2"); INDIRECT("Data!B3"))
En wanneer je documentstructuur complexer is, kun je met BLAD() en BLADEN() snel bepalen in hoeveel werkbladen je data staat, zodat je consistent werkt. De functie helpt vooral wanneer je duidelijkheid wilt scheppen over de betrouwbaarheid van conclusies op basis van steekproefdata, een cruciaal onderdeel van statistische analyses.
Waarom BETROUWBAARHEID() functie gebruiken?
De BETROUWBAARHEID() functie gebruik je omdat deze de kans verkleint dat je verkeerde conclusies trekt. Als je met statistiek werkt, wil je vooraf weten hoe groot de onzekerheid is. Door deze foutmarge expliciet te berekenen, kun je jouw uiteindelijke interpretatie steviger onderbouwen. Stel dat iemand een gemiddelde omzet van € 120 per bestelling meet in een steekproef van 40 orders met een standaarddeviatie van 25. Dan kun je, nog vóórdat je dit cijfer ergens presenteert, de volgende formule gebruiken:
=BETROUWBAARHEID(0,05;25;40)
Op basis van deze marge kun je laten zien dat de werkelijke gemiddelde omzet binnen een bepaald interval ligt. Daardoor voorkom je dat je uitkomsten overschat of onderschat. Het is bovendien slim om te controleren of je de juiste standaarddeviatie hebt gebruikt, want een fout in dat getal zorgt direct voor #GETAL! of #WAARDE!. Ook is het nuttig om eerst te controleren of jouw steekproefgrootte voldoende hoog is. Een te kleine steekproef levert een brede marge op, waardoor jouw interval weinig zeggingskracht heeft. Door de functie te combineren met voorwaarden zoals:
=ALS(BETROUWBAARHEID(0,05;B1;B2)>1;"Steekproef te klein";"OK")
ontdek je snel wanneer je resultaten zwak zijn. En als je jouw waarden dynamisch wilt ophalen uit een ander tabblad, kun je via INDIRECT() en BLAD() makkelijk flexibel blijven.
Kortom, de functie is waardevol omdat je vooraf precies weet hoe breed je betrouwbaarheidsinterval moet zijn, en fouten voorkomt door numerieke waarden en steekproefgroottes te controleren. Eventueel kun je dit verduidelijken met opsommingen:
- Breedte van betrouwbaarheidsinterval direct inzichtelijk
- Voorkomt verkeerde conclusies bij kleine steekproeven
- Combineerbaar met ALS(), INDIRECT() en statistiekfuncties
Opmerkingen BETROUWBAARHEID() functie
- De functie werkt alleen met numerieke waarden.
alfamoet tussen 0 en 1 liggen.standaarddevmoet groter zijn dan 0.groottemoet groter zijn dan 1.- Geeft
#GETAL!bij ongeldige getallen. - Geeft
#WAARDE!bij tekst in een numeriek veld. - Werkt in Excel Online mogelijk trager bij grote datasets.
- In Mobile zijn complexe verwijzingen via INDIRECT minder stabiel.
- Excel Starter ondersteunt de functie, maar met beperkte matrixberekeningen.
- De functie gebruikt de normale verdeling en vertrouwt op Z-waarden.
Deze functie is vervangen door een of meer nieuwe functies die nauwkeuriger zijn en een duidelijkere naam hebben. Deze functie is op dit moment nog beschikbaar ten behoeve van compatibiliteit met eerdere versies, maar u wordt aangeraden om vanaf nu de nieuwe functies te gebruiken, omdat deze functie mogelijk in een toekomstige versie van Excel wordt verwijderd.

