Samenvatting ALS functie
De ALS() functie is een van de meest gebruikte en krachtige functies in Excel. Met deze functie kun je logica toevoegen aan je berekeningen. Je gebruikt ALS() om te testen of een bepaalde voorwaarde waar of onwaar is, en op basis daarvan een waarde te laten weergeven.
Of je nu controleert of een cijfer voldoende is, een voorraad op peil is, of een cel leeg is — met ALS() voeg je intelligentie toe aan je werkblad. De functie vormt de basis voor veel complexe formules en wordt vaak gecombineerd met andere functies zoals EN(), OF(), AANTALARG() of INDIRECT().
Vertaling
Nederlands: ALS()
Engels: IF()
Duits: WENN()
Resultaat waarde
Geeft een logische toets aan die moet worden uitgevoerdDoel
Het doel van de ALS() functie is om een logische test uit te voeren en vervolgens een specifieke waarde terug te geven, afhankelijk van de uitkomst van die test. Met ALS() kun je Excel laten “nadenken” en beslissingen laten nemen binnen je berekeningen.
Zo kun je bijvoorbeeld automatisch “Geslaagd” of “Gezakt” tonen, afhankelijk van een cijferwaarde, of een waarschuwing tonen als een cel leeg is.
Syntaxis
=ALS(logische_test; [waarde_als_waar]; [waarde_als_onwaar])
Argumenten
logische_test
De voorwaarde die je wilt testen. Deze moet resulteren in WAAR of ONWAAR. Je kunt hier vergelijkingsoperatoren gebruiken zoals =, >, <, >=, <= of <>. Bijvoorbeeld: A1>10 controleert of de waarde in cel A1 groter is dan 10.
waarde_als_waar – [optioneel]
De waarde die Excel retourneert als de logische_test WAAR is. Dit kan een tekst, getal, formule of andere functie zijn. Bijvoorbeeld "Ja", 100, of zelfs AANTALARG(A1:A10). Als je dit argument weglaat, geeft Excel de waarde WAAR terug.
waarde_als_onwaar – [optioneel]
De waarde die Excel retourneert als de logische_test ONWAAR is. Dit kan ook tekst, een getal of formule zijn. Laat je dit argument weg, dan geeft Excel ONWAAR terug.
Je kunt de ALS() functie nesten — dat wil zeggen meerdere ALS() functies binnen elkaar gebruiken — om meer complexe voorwaarden te bouwen. Bijvoorbeeld om verschillende resultaten te tonen afhankelijk van meerdere drempels.
Gebruik van de ALS functie
De ALS() functie gebruik je wanneer je wilt dat Excel automatisch een keuze maakt op basis van een voorwaarde. Stel dat je in kolom A de behaalde cijfers van studenten hebt en je wilt in kolom B automatisch laten zien of iemand geslaagd is. Je kunt dan schrijven:
=ALS(A2>=5,5;"Geslaagd";"Gezakt")
Excel controleert in dit voorbeeld of de waarde in A2 groter of gelijk is aan 5,5. Als dat zo is, verschijnt “Geslaagd”, anders “Gezakt”.
Je kunt ALS() ook combineren met andere functies om complexere logica te maken. Zo kun je bijvoorbeeld controleren of een cel niet leeg is met behulp van AANTALARG():
=ALS(AANTALARG(B2)>0;"Ingevuld";"Leeg")
Of gebruik INDIRECT() om de test uit te voeren op een bereik dat dynamisch via een celverwijzing wordt bepaald:
=ALS(INDIRECT("C2")="Betaald";"Afgerond";"Openstaand")
In meer geavanceerde scenario’s kun je ALS() combineren met EN() en OF() voor meerdere voorwaarden. Bijvoorbeeld:
=ALS(EN(A2>50;B2<100);"Binnen limiet";"Buiten limiet")
Geneste ALS() functies
De ALS functie kan je nesten. Je kunt dan meerdere ALS functies gebruiken zodat je kunt testen op meerdere condities en meer mogelijke resultaten. Elke ALS functie dient zorgvuldig te worden genest zodat de logica correct is.
In het volgende voorbeeld kun je aangeven wat er moet gebeuren bij het voorraad aantal van de je producten:
=ALS(B4<=5;"Bestellen"; ALS( B4<8;"Beperkte voorraad"; ALS( B4>8,"Op voorraad")))
Op deze wijze kun je nesten tot 64 ALS functies. Hoewel het beter is om bij deze complexe formules gebruik te maken van VERT.ZOEKEN() of HORIZ.ZOEKEN() omdat deze meerdere condities kunnen verwerken en sneller werken.
Logische operators
Zodra je een ALS functie maakt kun je de volgende logische operators gebruiken.
| Vergelijkings operators | Betekenis | Voorbeeld |
| #ERROR | Gelijk aan | A1 = B1 |
| > | Groter dan | A1 > B1 |
| < | Kleiner dan | A1 < B1 |
| >= | Groter dan of gelijk aan | A1 >= B1 |
| <= | Kleiner dan of gelijk aan | A1 <= B1 |
| <> | Niet gelijk aan | A1 <> B1 |
Waarom ALS() functie gebruiken
De ALS() functie is onmisbaar wanneer je logica wilt automatiseren in je werkblad. In plaats van handmatig te controleren of waarden kloppen, kun je Excel die beslissing laten nemen. Zo bespaar je tijd, vermijd je fouten en maak je formules dynamischer.
Een veelvoorkomende toepassing is het maken van dynamische statusoverzichten. Stel dat je in een kolom de voorraadniveaus hebt en in een andere kolom automatisch wilt zien of je moet bijbestellen:
=ALS(B2<10;"Bijbestellen";"Voldoende")
Als je deze formule naar beneden kopieert, krijg je voor elk product direct de juiste status.
Een veelgemaakte fout is het vergeten van aanhalingstekens rond tekstwaarden. Zonder aanhalingstekens interpreteert Excel tekst als een naam of functie. Een andere fout is het verwisselen van puntkomma’s en komma’s. In de Nederlandse versie gebruik je puntkomma’s (;) om argumenten te scheiden.
Door slim te combineren met functies als EN(), OF(), AANTALARG(), en ISLEEG(), kun je vrijwel elke logische berekening uitvoeren die je maar wilt.
Opmerkingen ALS functie
- Als je een bereik gebruikt in de formule, zal de ALS functie elke waarde uit het bereik evalueren.
- Om voorwaardelijke condities te tellen, gebruik dan AANTAL.ALS of de AANTALLEN.ALS.
- Om voorwaardelijke condities op te tellen, gebruik dan SOM.ALS of SOMMEN.ALS.
- De Engelse functienaam is IF().
- Je kunt tot 64 geneste ALS() functies gebruiken in één formule.
- Gebruik ALS() altijd met puntkomma’s (;) in de Nederlandse Excel-versie.
- Tekst moet tussen dubbele aanhalingstekens worden geplaatst, bijvoorbeeld
"Ja". - ALS() geeft foutwaarden door als een van de argumenten een fout bevat.
- Laat je waarde_als_waar of waarde_als_onwaar weg, dan geeft Excel respectievelijk WAAR of ONWAAR terug.
- In Excel Online, Mobile en Desktop werkt ALS() identiek.
- Lege cellen worden behandeld als nul (0) bij numerieke vergelijkingen.
- Geneste ALS() functies kunnen moeilijk leesbaar worden — gebruik eventueel KIEZEN() als alternatief.
- De functie werkt ook binnen dynamische matrixformules.
- In combinatie met INDIRECT() kun je dynamisch cellen testen waarvan de locatie in een andere cel staat.
- Je kunt ALS() ook gebruiken om een formule te laten teruggeven in plaats van een vaste waarde.

