Samenvatting ABS() functie
De ABS() functie in Excel is een eenvoudige maar krachtige rekenfunctie waarmee je de absolute waarde van een getal kunt berekenen. Dat betekent dat negatieve getallen automatisch worden omgezet naar positieve waarden, terwijl positieve getallen onveranderd blijven. Je gebruikt deze functie vaak in berekeningen waarin het teken van een getal (positief of negatief) niet van belang is, bijvoorbeeld bij het berekenen van verschillen, afwijkingen of foutmarges.
Wanneer je bijvoorbeeld het verschil tussen geplande en werkelijke waarden wilt tonen zonder negatieve resultaten, dan helpt ABS() je om dat netjes te doen. Deze functie is in alle moderne Excel-versies beschikbaar, zowel op Windows, Mac, Online als Mobile.
Vertaling
Nederlands: ABS()
Engels: ABS()
Duits: ABS()
Resultaat waarde
Geeft als resultaat de absolute waarde van een getal.Doel
Het doel van de ABS() functie is om de absolute waarde van een getal te retourneren. Of een getal nu negatief of positief is, ABS() geeft altijd een positief resultaat terug.
Syntaxis
=ABS(getal)
Argumenten
getal
Dit is de waarde waarvan je de absolute waarde wilt berekenen. Het kan gaan om een direct ingevoerde waarde, een celverwijzing, of een formule die een getal oplevert.
Als het argument geen numerieke waarde bevat, geeft Excel de foutmelding #WAARDE!.
Gebruik van ABS() functie
De ABS() functie gebruik je in situaties waarin het teken van een getal niet relevant is, maar de grootte van het getal wel. Denk aan financiële analyses, het berekenen van afwijkingen of het werken met absolute verschillen.
Stel dat je de afwijking tussen een begrote en een werkelijke omzet wilt weergeven, ongeacht of die positief of negatief is. Je kunt dan schrijven:
=ABS(B2 - C2)
Als B2 de begrote omzet bevat en C2 de werkelijke omzet, krijg je altijd een positief verschil.
In meer geavanceerde situaties kun je ABS() combineren met andere functies, zoals ALS(), om resultaten voorwaardelijk te tonen. Bijvoorbeeld:
=ALS(ABS(B2 - C2) > 1000; "Afwijking te groot"; "Binnen marge")
Hier gebruik je ABS() om te bepalen of het verschil groter is dan 1000, ongeacht of het positief of negatief is.
Ook bij complexe verwijzingen via INDIRECT() of dynamische berekeningen met BLAD() of BLADEN() kan ABS() nuttig zijn om negatieve tussenresultaten te corrigeren.
Waarom de functie gebruiken?
De ABS() functie helpt je om berekeningen betrouwbaar te houden wanneer negatieve waarden verwarring kunnen veroorzaken. Als je bijvoorbeeld winst en verlies in één kolom bijhoudt, kan ABS() de grootte van die waarden tonen zonder onderscheid te maken tussen winst (positief) en verlies (negatief).
Een praktisch voorbeeld: je wilt het totale verschil berekenen tussen voorspelde en gerealiseerde waarden, zonder dat negatieve cijfers de som verlagen. Je kunt dan schrijven:
=SOM(ABS(B2 - C2))
In combinatie met matrixformules of dynamische bereiken kun je ABS() ook gebruiken in analyses waarin absolute afwijkingen of foutmarges centraal staan. Let erop dat ABS() alleen werkt met numerieke waarden. Als je tekstwaarden of lege cellen opneemt, kan dat leiden tot een foutmelding #WAARDE!.
Een veelgemaakte fout is het vergeten van de functie bij berekeningen waar het teken geen rol speelt. Als je bijvoorbeeld =B2 - C2 gebruikt, kan dat negatieve resultaten geven die je grafieken of analyses vertekenen. Door ABS() toe te passen, los je dat eenvoudig op.
Tips om fouten te voorkomen:
Controleer altijd of de celverwijzingen numerieke waarden bevatten, en combineer ABS() met functies zoals ALS.FOUT() om foutmeldingen op te vangen.
Opmerkingen ABS() functie
- ABS() retourneert altijd een positief getal of nul.
- Niet-numerieke invoer veroorzaakt de fout
#WAARDE!. - De functie accepteert geen matrixargumenten tenzij gebruikt binnen een dynamische formule.
- Werkt in Excel voor Windows, Mac, Online en Mobile.
- In Excel Starter is ABS() volledig ondersteund.
- Tekstgetallen (zoals “-15” als tekst) worden niet automatisch omgezet; gebruik WAARDE() om dat te corrigeren.
- Negatieve nul (zoals -0) wordt weergegeven als 0.
- Combineer met ALS() voor foutdetectie of met TEKST() voor nette rapportages.
- Bij gebruik met INDIRECT() moet het doelceladres numeriek resultaat geven.
- ABS() heeft geen optionele argumenten; het werkt altijd met één verplicht getal.

