HomeExcel in PraktijkDe 10 meest gebruikte Excel functies

De 10 meest gebruikte Excel functies

Het is onmogelijk om alle Excel functies uit je hoofd te kennen, er zijn bijna wel 500 functies. Als je Excel dagelijks gebruikt zijn er toch een aantal functies je regelmatig gebruikt. Hieronder tref je in het kort de 10 meest gebruikte functies in Excel.

1. De SOM() functie

De Excel SOM functie geeft de som van de aangewezen waarden terug. De SOM functie kan maximaal 255 individuele argumenten hanteren, waaronder afzonderlijke waarden, celverwijzingen, celbereiken. Het is alleen mogelijk om numerieke waarden bij elkaar op te tellen. Een waarde als ‘5 zal eerst geconverteerd moeten worden naar een getal.

10 meest gebruikte Excel functie - SOM functie
  1. Getal1: cel of bereik dat je wilt optellen
  2. Getal2: cel of bereik dat je wilt optellen

De formule ziet er als volgt uit:

=SOM(A1;A2;A3) // telt de getallen in cel A1, A2 en A3 bij elkaar op
=SOM(A1:A3) // met dubbele punt verwijzen we naar cel A1 tot en met A3

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel SOM() functie.

2. De ALS() functie

Met de ALS functie controleer je een expressie op waar of onwaar. De formule start met een logische test.

10 meest gebruikte Excel functie - ALS functie
  1. Logische-test: Een waarde of expressie die WAAR of ONWAAR retourneert
  2. Waarde-als-waar: De waarde die moeten weergegeven als de Logische-test uitkomst WAAR is.
  3. Waarde-als-onwaar: De waarde die moeten weergegeven als de Logische-test uitkomst ONWAAR is.

In dit voorbeeldje controleren we of de waarde in cel A1 groter is dan 5.

=ALS(A1>5;"Groter";"Kleiner")

Na de logische test geven we de retour waarde aan. De eerste waarde “Groter” wordt weergegeven als de waarde in cel Aa groter is dan 5. De 2e waarde “Kleiner” wordt weergeven als de waarde in cel A1 kleiner is dan 5.

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel ALS() functie.

3. De ZOEKEN() functie

De ZOEKEN() functie kun je gebruiken om een waarde in een kolom of rij te zoeken en een waarde op dezelfde positie in een tweede rij of kolom te retourneren. De standaard formule is als volgt:

=ZOEKEN(zoekwaarde;zoek_gebied;[resultaat_gebied])
10 meest gebruikte Excel functie - ZOEKEN functie
  1. Zoekwaarde: de waarde die gezocht moet worden in de zoekvector
  2. Zoekvector: Een celbereik van één rij of één kolom met tekst, getallen of logische waarden in oplopende volgorde.
  3. Resultaatvector: een celbereik van één rij of één kolom met dezelfde grootte als zoekvector.

In het voorbeeld hieronder zien we twee voorbeelden van zoeken op waarde 2475 uit cel F5.

Meest gebruikte Excel functies, Excel ZOEKEN functie
=ZOEKEN(F5;B5:B9) // resultaat 2000

We zoeken op de waarde 2475 in het bereik B5 tot en met B9. Het beste resultaat is “2000” uit cel B6. De waarde “2000” wordt getoond omdat we geen resultaat gebied hebben opgegeven.

=ZOEKEN(F5;B5:B9;C5:C9) // resultaat 2000

We zoeken nu wederom op waarde 2475 in het bereik B5 tot en met B9. Het beste resultaat is “2000” uit cel B6. We hebben nu echter een resultaat gebied opgegeven namelijk C5:C9. Het resultaat is daarom “Zilver”, dat overeenkomt met het resultaat “2000”.

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel ZOEKEN() functie.

4. De VERT.ZOEKEN() functie

De VERT.ZOEKEN functie zoekt een waarde in de linkerkolom van tabel of bereik en geeft de waarde retour uit een kolom in dezelfde rij die is opgegeven.

10 meest gebruikte Excel functies - VERT.ZOEKEN functie
  1. Zoekwaarde: De waarde die in de eerste kolom van de tabel of bereik gezocht moet worden.
  2. Tabelmatrix: De tabel of het bereik.
  3. Kolomindex_getal: Het kolomnummer binnen de tabel of bereik waaruit de teruggegeven waarde komt.
  4. Benaderen: Staat hier WAAR, dan wordt er bij benadering gezicht. Kan de exacte overeenkomst niet gevonden worden, dan zoekt de functie de grootste waarde die kleiner is dan de zoekwaarde. Staat hier ONWAAR, dan zoekt de functie naar een exacte overeenkomst. Wordt die niet gevonden, dan wordt er #N/B teruggegeven. Als het opzoekbereik Benaderen is weggelaten, dan wordt WAAR verondersteld.

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel VERT.ZOEKEN() functie of lees de tips in 23 dingen die je moet weten over verticaal zoeken.

5. De VERGELIJKEN() functie

De VERGELIJKEN functie wordt vaak samen gebruikt met de INDEX functie om waarden op te zoeken. VERGELIJKEN geeft een relatieve positie van een cel in een bereik die overeenkomt met een opgegeven waarde. De syntaxis van VERGELIJKEN is:

=VERGELIJKEN(zoekwaarde; zoeken-matrix; criteriumtype_getal)
10 meest gebruikte Excel functies - VERGELIJKEN functie
  1. Zoekwaarde: De waarde die gezocht moet worden in de zoeken-matrix. Als opzoektype nul is en de zoekwaarde is tekst, dan kan het argument jokertekens als ? en * bevatten.
  2. Zoeken-matrix: Het bereik waarin gezocht moet worden.
  3. Criteriumtype_getal: Een geheel getal, -1, 0 of 1, dat aangeeft hoe er gezocht moet worden.

Is criteriumtype_getal 1, dan vindt VERGELIJKEN de grootste waarde die minder is of gelijk aan de zoekwaarde. Daarvoor moet de zoeken-matrix waarden in oplopende volgorde staan.
Is criteriumtype_getal 0, dan vindt VERGELIJKEN de eerste waarde die exact gelijk is aan de zoekwaarde.
Is criteriumtype_getal -1, dan vindt VERGELIJKEN de kleinste waarde die groter is of gelijk aan de zoekwaarde. Daarvoor moet de zoeken-matrix waarde in aflopende volgorde staan.
Als het criteriumtype_getal leeg is, wordt verondersteld dat het 1 is.

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel VERGELIJKEN() functie.

6. De KIEZEN() functie

KIEZEN geeft een waarde uit een lijst van waarden (maximaal 29) die als argument zijn opgegeven. Bijvoorbeeld:

10 meest gebruikte Excel functie - KIEZEN functie
  1. Index_getal: geeft aan welke waarde geselecteerd is. Dit moet een getal zijn tussen 1 en 254.
  2. Waarde1;waarde2; waarde3: maximaal 254 getallen, celverwijzingen, gedefinieerde namen, formules, functies of tekst waaruit de functie kiest.
=KIEZEN( 2 ; "Eik"; "Iep"; "Beuk" ) // resultaat is Iep

Bovenstaande formule geeft waarde “Iep” omdat dit het tweede item in de lijst is. De opgegeven waarde bij KIEZEN functie kan ook referenties bevatten.

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel KIEZEN() functie.

7. De DATUM() functie

Je kunt in Excel eenvoudig een datum invoeren door deze gewoon te typen en een datumnotatie te gebruiken die Excel herkent. Je kunt een datum ook maken met behulp van de DATUM functie die bestaat uit 3 argumenten: Jaar, Maand en Dag.

10 meest gebruikte Excel functie - DATUM functie
  1. Jaar: getal tussen 1900 of 1904, afhankelijk van het datumsysteem van de werkmap, en 9999
  2. Maand: getal van 1 tot 12 dat de maand aangeeft.
  3. Dag: getal van 1 tot 31 dat de dag van de maand aangeeft.

De volgende formule geeft bijvoorbeeld als resultaat een datum die bestaat uit het jaar in cel A1, de maand in cel B1, en de dag in cel C1.

=DATUM( A1; B1; C1 )

De DATUM functie accepteert ook “ongeldige” argumenten. de volgende formule gebruikt als waarde voor het maandargument 13 en geeft als resultaat 1 januari 2021. Het maandargument wordt automatisch vertaald naar maand 1 van de volgende maand:

=DATUM( 2020; 13; 1)

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel DATUM() functie.

8. De DAGEN() functie

Met de DATUM functie kun je het verschil berekenen tussen twee datums. Deze functie negeert een tijdwaarde.

10 meest gebruikte Excel functie - DAGEN functie
  1. Einddatum: de einddatum
  2. Begindatum: de startdatum

De functie retourneert het aantal dagen tussen twee datums in getal. Met een startdatum in A1 en einddatum in A2 is de formule:

=DAGEN( A2; A1 )

Als de einddatum kleiner is dan de startdatum krijg je een negatieve waard terug:

=DAGEN( 31-12-2021; 1-3-2021 ) resultaat 305
=DAGEN( 1-3-2021; 31-12-2021 ) resultaat -305

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel DAGEN functie.

9. De VIND.ALLES() functie

De VIND.ALLES functie vindt een subtekenreeks binnen een andere tekenreeks en geeft als resultaat de beginpositie van de subtekenreeks.

10 meest gebruikte Excel functie - VIND.ALLES functie
  1. Zoeken_tekst: De tekst die je zoekt.
  2. In_tekst: De tekst waarin gezocht moet worden.
  3. Begin_tekst: De start positie in de tekst vanaf waar gezocht moet worden. Standaard is deze waarde 1.

De volgende formule geeft als resultaat 12, de positie van de eerste “d” in de tekst.

=VIND.ALLES("d";"Dit is een duidelijk voorbeeld";1) // resultaat 12

Je ziet dat de functie hoofdlettergevoelig is. Als we van de zoeken_tekst een hoofdletter “D” maken is het resultaat 1.

=VIND.ALLES("D";"Dit is een duidelijk voorbeeld";1) // resultaat 1

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel VIND.ALLES() functie.

10. De INDEX() functie

De INDEX() functie geeft als resultaat een waarde of de verwijzing naar een waarde vanuit een tabel of bereik. Je kunt INDEX() gebruiken om een enkele waarde op te halen of een hele rij of kolom. Deze formule wordt vaak samen gebruikt met de VERGELIJKEN() functie.

10 meest gebruikte Excel functie - INDEX functie
  1. Matrix – Een bereik of een tabel.
  2. Rij_getal – Referentie van de rij in een bereik of tabel.
  3. Kolom_getal– [optineel] Kolomnummer in bereik of tabel.

Als we de waarde uit cel B2 willen weten gebruiken we de volgende formule:

=INDEX( A1:B5 ; 2 ; 2 )

De INDEX functie heeft twee vormen: verwijzing of matrix.

De verwijzingsvariant geeft als resultaat de verwijzing naar de cel op het snijpunt van een bepaalde rij en kolom.

=INDEX( verw; rij_getal; [kolom_getal]; [bereik_getal] ) 

De matrixvariant geeft als resultaat de waarde van een element in een matrix of tabel die is geselecteerd door de indexen voor rijnummer en kolomnummer.

=INDEX( matrix ; rij_getal; [kolom_getal] )

Voor meer informatie over deze functie kijk je op Excel INDEX() functie.

~ Advertentie ~

= POST ( 'Gerelateerd' )

GEMIDDELDEA() functie

Met de GEMIDDELDEA() functie bereken je het gemiddelde van getallen, tekst en logische waarden. Ideaal voor datasets waarin ook TRUE/FALSE of tekstwaarden voorkomen.

VERVANGEN() functie

De VERVANGEN() functie vervangt specifieke delen van tekst in Excel. Leer hoe je tekst wijzigt, corrigeert of dynamisch aanpast met voorbeelden en uitleg.

ALS() functie voor foutafhandeling en schone data

Je voorkomt foutmeldingen met een combinatie van ALS() en controles. Je houdt jouw Excel werkblad overzichtelijk en betrouwbaar.

AFW.LT.REND() functie

De AFW.LT.REND() functie berekent het rendement van een waardepapier met een afwijkende laatste coupontermijn. Je krijgt inzicht in de werkelijke opbrengst bij een obligatie die afwijkt van de standaard looptijd.

UITBREIDEN() functie

De UITBREIDEN() functie vergroot dynamisch een bereik in Excel met extra rijen of kolommen. Ontdek hoe je deze krachtige matrixfunctie inzet met praktijkvoorbeelden.

Excel foutmelding #WAARDE! in Excel: wat betekent het?

De foutmelding #WAARDE! in Excel ontstaat bij ongeldige gegevens. Lees hoe je deze fout herkent, voorkomt en oplost met duidelijke voorbeelden en tips.
~ Advertentie ~

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

= WEEK ('Top 5')

DATUM() functie

De Excel DATUM functie maakt van afzonderlijke waarden voor jaar, maand en dag een geldige datum. Je kunt deze functie gebruiken om dynamisch datums samen te stellen op basis van andere celwaarden in je werkblad.

JAAR() functie

De JAAR functie in Excel geeft als resultaat het jaar van een datum als een 4-cijferig getal. Het jaar wordt uitgedrukt als een geheel getal tussen 1900 en 9999.

Wachtwoord Excel werkblad beveiliging kraken

Met de volgende macro code is het mogelijk om de beveiliging van een met wachtwoord beveiligd werkblad op te heffen.

SOM() functie

Samenvatting SOM functie De Excel SOM functie geeft de som...

VANDAAG() functie

De VANDAAG functie in Excel retourneert de huidige datum welke telkens wordt bijgewerkt als het werkblad wordt geopend of gewijzigd. In de formule VANDAAG zijn geen argumenten nodig.
~ Advertentie ~

= FUNCTIE ('Top 10')

~ Advertentie ~

= EXCEL ( 'categorieën' )

~ Advertentie ~